Wat is een ex libris?

Wat is een ex libris?

Voor velen is het ex libris of boekmerk totaal onbekend. Nochtans bestaat dit fenomeen reeds eeuwen.

De geschiedenis van het ex libris

De geschiedenis van het ex libris

Het oudste, handgeschreven ex libris staat in een manuscript van 1121. Het eerste gedrukte exemplaar was een Duitse houtsnede uit 1490 bestemd voor Hilbrand Brandenburg.

Het inhoudelijke profiel van het ex libris

Het inhoudelijke profiel van het ex libris

De bibliofiel streeft er meestal naar om een thema te koppelen aan één of meer aspecten van zijn persoonlijkheid.

Het technische profiel van het ex libris

Het technische profiel van het ex libris

Voor de verwezenlijking van een ex libris kunnen alle grafische technieken worden gebruikt. Het is immers essentieel dat meerdere identieke exemplaren als boekmerk beschikbaar zijn.

Het artistieke profiel van het ex libris

Het artistieke profiel van het ex libris

Bij het ontwerpen van een gebruiksex-libris is dus een vrij grote inspraak van de opdrachtgever onvermijdelijk.

Wat is een ex libris?

Voor velen is het ex libris of boekmerk totaal onbekend. Nochtans bestaat dit fenomeen reeds eeuwen. Wie zich de moeite getroost om via de digitale zoekmachines een verklaring of omschrijving voor deze termen te vinden, is vast voor enkele uren zoet. Ongetwijfeld geraak je dan gefascineerd door gerenommeerde kunstenaars, wereldwijd, die zich ooit op dit terrein hebben gewaagd. Maar ook even gerenommeerde bezitters zullen je zoekpaden kruisen. Ongetwijfeld wordt de roep om opheldering hiermee nog aangewakkerd: wat mag een ex libris dan wel wezen?

het ex libris als gebruiksobject
Het ex libris als gebruiksobject

Een ex libris of boekmerk is een gepersonaliseerd eigendomsmerk dat in boeken wordt gekleefd en bij voorkeur door een grafische kunstenaar is ontworpen. De tekst en/of illustratie op het ex libris vertellen iets over de persoonlijkheid of de bezigheden van de eigenaar ofwel over het thema van het boek waarin het ex libris gekleefd wordt. Doorgaans wordt een ex libris gemaakt in de traditionele grafische technieken, maar intussen wint ook de computergrafiek steeds meer veld.

het ex libris als ruilobject
Het ex libris als ruilobject

Ex librissen zijn vaak zulke aantrekkelijke en artistiek waardevolle prenten dat ze ook zijn uitgegroeid tot verzamelobjecten die internationaal worden geruild.

een ex-libriscongres in Chrudim Tsjechië
Een ex-libriscongres in Chrudim (Tsjechië)

Het voorgaande citaat is een hedendaagse definitie, met de bedoeling enige uniformiteit na te streven, maar ook een beetje ingegeven door de drang om alles en iedereen in vakjes onder te brengen. Toen het eerste ex libris in de 12e eeuw, als gebruiksobject, het daglicht zag, heeft wellicht niemand dergelijke definitie voor ogen gehad.

De geschiedenis van het ex libris

Zo dateert het oudste, handgeschreven ex libris in een manuscript reeds van 1121. Het eerste gedrukte exemplaar was een Duitse houtsnede uit 1490 bestemd voor Hilbrand Brandenburg. In de tussenliggende periode werden vooral met de hand aangebrachte en gekleurde wapenschilden gebruikt. Zelfs nadat de boekdrukkunst sedert 1450 zijn opgang maakte, bleef het heraldisch ex libris tot ruim in de 19e eeuw zeer populair.

Ex Libris Hilbrand Brandenburg
afbeelding
Ex Libris Hilbrand Brandenburg

Door de betere burgerij werden zij nadien verdrongen. Deze nieuwe rijken hadden geen wapenschilden, maar wel het geld om met een rijkelijke bibliotheek te pronken. Anderzijds schonken ook rijke geestelijken complete bibliotheken aan de kloosters. De boeken werden voorzien van hun ex libris, waardoor het geschenkex-libris ontstond. Voor hen was dit dus duidelijk een statussymbool. Met Albrecht Dürer kreeg dankzij de kopergravure de boekillustratie en het ex libris een verfijnder presentatie. Later evolueerde dit naar een letterex-libris, wat in onze tijd binnen de sterk groeiende groep van kalligrafen terug te vinden is. De meest recente ontwikkeling, maar terzelfdertijd de meest onpersoonlijke, is uiteraard de streepjescode.

Het eerste Belgische ex libris dateert van 1524 en werd gemaakt voor de toenmalige burgemeester van Tienen, Liebrecht van Houthem. In de 19de eeuw kende het ex libris een absoluut dieptepunt. De esthetische kwaliteit blijft te vaak beneden peil, terwijl het even vaak geen boekmerken meer zijn in de ware zin van het woord. Door de industrialisering werd het boekmerk plots een massaproduct en ging ten onder aan slordigheden. De jugendstil-periode bracht evenwel een relance, ten gevolge van een betere boek- en papierkwaliteit, waardoor het ex libris kwalitatief aan prestige won. Algemeen wordt overigens aangenomen dat de mooiste ex librissen van deze periode dateren.

Door deze revival ontstaan ook de eerste georganiseerde of collectieve ondernemingen. Vanaf 1891 duiken in Engeland en Duitsland de eerste ex-librisverenigingen op. Nadat de Jonge Antwerpse Balie in oktober 1900 een ruime overzichtstentoonstelling organiseerde in het Antwerpse gerechtshof, met 2500 prenten, verschuift nadien het accent voornamelijk naar het Brusselse.

Ex libris A. Dalmau
afbeelding 1
Ex libris A. Dalmau

Op 18 januari 1919 wordt daar de Belgische ex-librisvereniging boven de doopvont gehouden, ABCDE (Association belge des Collectionneurs et Dessinateurs d’Ex-Libris) onder het voorzitterschap van Louis Titz, een begaafde graficus die overigens veel boekmerken heeft gegraveerd (afb. 1). ABCDE overleeft met ups en downs, geeft in 1956 een laatste kunstmap uit, om in 1975 haar archief over te dragen aan het IEC (Internationaal Ex-libris Centrum) dat in dat jaar werd opgericht.

Ex Libris Barreau
afbeelding 2
Ex Libris Barreau

Intussen dook van 1937 tot 1964 de Antwerpse Ex libris Kring op onder impuls van Jean Baptiste Vervliet. Hun grootste bijdrage leverde zij door de organisatie van het Derde Europese Ex-libriscongres in 1955 en haar medewerking aan het Grafisch Weekend te Sint-Niklaas in 1963, een initiatief van de Wase Kunstkring. Van 1944 tot 1956 probeerde ook de Brugse Kring voor Boek en Prent o.l.v. Antoine Rousseau zijn plaats te veroveren.

Ex Libris Doetsch-Bensiger
afbeelding 3
Ex Libris Doetsch-Bensige

Uiteindelijk zag Graphia op 12 april 1958 het daglicht te Antwerpen, eigenlijk in Hoogboom, en blijkt nu reeds de langstlevende organisatie in deze ex-librisstamboom. De initiatiefnemers waren Désiré Acket, Nelly Degouy, Albert Collard, Gerard Gaudaen, Johan Jansen en Leo Winkeler. Aanvankelijk publiceerde deze vereniging haar publicaties in twee talen, tot ze in 1980 een Vlaamse vereniging werd, met versterkte banden naar de stad Sint-Niklaas. Medestichter, promotor en drijvende kracht Gerard Gaudaen speelde hierin een belangrijke rol.

Ex Libris D. Logeman-Van Der Willigen
afbeelding 4
Ex Libris D. Logeman-Van Der Willige

Welke plaats hebben onze Belgische grafici in het ex-libriswereldje ingenomen, vraagt u zich af? Wel, vooral vanaf de tweede helft van de 19de eeuw werd er in de grafische kunsten heel veel geëxperimenteerd. Men trachtte met kleine hulpmiddeltjes iets extra toe te voegen aan de klassieke prent-technieken: de structuur van houtskool of potloodlijnen imiteren, gravures in kleur drukken, vlakken weergeven met aquatinttechnieken. Grafici gebruikten meer en meer de houtgravure, waardoor ze fijnere lijnen kregen, hun oplagen konden vergroten, maar vooral ook goedkopere prenten konden leveren. In die periode ontdekte men ook de lithografie, waardoor ook schilders prenten konden maken. Wanneer zij dit alles goed onder de knie hadden, werd de fotografie ontdekt, waardoor de graveerkunst als reproductiekunst snel had afgedaan. In die 19de eeuw hadden we echter nauwelijks belangrijke grafische kunstenaars en de ex librissen waren vooral heraldisch. Tegen het einde van de negentiende eeuw duiken echter een aantal bekende namen op die ex librissen ontwierpen, zoals Fernand Khnopff (Brussel, afb. 2) en Armand Rassenfosse (Luik, afb. 3).

Ex Libris J. Goudswaard
afbeelding 5
Ex Libris J. Goudswaard

In Antwerpen maakte Edmond Van Offel (afb. 4) furore als boekillustrator en ex-librisontwerper. Ook in Antwerpen had Eduard Pellens als professor hoogdruk aan het Hoger Instituut, met zijn vooral sterk compositorisch en degelijk vakmanschap, behoorlijk wat aanzien (afb. 5). Hij zou trouwens later een grote invloed hebben op een schare jonge kunstenaars zoals Désiré Acket, Nelly Degouy en Luc De Jaegher (de groep Zwart-Wit).

Ex Libris Maurits Naessens
afbeelding 6
Ex Libris Maurits Naessen

De artistieke vernieuwing kwam er echter met het expressionisme. Mede door de Eerste Wereldoorlog kende deze kunstrichting een doorbraak. Precies in de houtsnede, met zijn duidelijke contrasten tussen zwart en wit in combinatie met dikke en ruwe lijnen, vond men het ideale middel om uitdrukking te geven aan een nieuw wereldbeeld.

Ex Libris H. Opdebeek
afbeelding 7
Ex Libris H. Opdebeek

De vijf grafici die zich binnen deze groep uitzonderlijk manifesteerden – ze werden overigens ‘De Vijf’ genoemd - waren Frans Masereel (afb. 6), de gebroeders Jan–Frans en Jozef Cantré, Joris Minne (afb. 7) en Henri van Straten (afb. 8).

Hun ex librissen kunnen worden beschouwd als een verlenging van hun typische grafische thema’s.

Ex Libris Frank Van Den Wyngaert
afbeelding 8
Ex Libris Frank Van Den Wyngaert

Na de Tweede Wereldoorlog komt er een nieuwe ex-librisimpuls vanuit de reeds eerder genoemde groep Zwart–Wit. De drijvende kracht, vanuit het Hoger Instituut te Antwerpen, is Mark Severin (afb. 9).

Ex Libris J.L. Wilson
afbeelding 9
Ex Libris Ex Libris J.L. Wilson

De ex librissen van de leden van de groep zijn duidelijk het resultaat van het thema van het betreffende boek of van de verwachtingen van de opdrachtgever. Hun prenten zijn misschien niet altijd creatief en spontaan, maar beantwoorden perfect aan de verwachtingen van het ex libris. Uit deze groep groeit een jongere generatie, met onder meer Gerard Gaudaen (afb. 10) en Antoon Herckenrath.

Ex Libris André Vercammen
afbeelding 10
Ex Libris Frank André Vercammen
Ex Libris Van Crayelinghe
afbeelding 11
Ex Libris Van Crayelinghe

In de provincies Oost- en West-Vlaanderen valt het werk op van André Vlaanderen (Brugge, afb. 11) en Victor Stuyvaert (Gent, afb. 12).

Ex Libris A. Schauvliege
afbeelding 12
Ex Libris A. Schauvliege

Stuyvaerts neo-gotische en romantische toets zal tot in de jaren vijftig navolging krijgen. Tussen de jaren ’50 en ’70 laten de gekende namen het ex libris helaas links liggen. Zij vinden dit ten onrechte een te beperkte mogelijkheid om hun creativiteit te uiten.

Ex Libris Theo Maes
afbeelding 13
Ex Libris Julien Theo Maes

En waar staan wij nu met het ex libris? Kleuren maken de prenten aantrekkelijk en worden dus vaak gevraagd door de opdrachtgevers. Helaas vermindert in België het aantal ex-librisontwerpers stelselmatig en wenden opdrachtgevers zich gemakkelijk tot de bekende namen in het buitenland. Wel ontstaat intussen een tegenstelling tussen wat we gemakshalve ‘de traditionelen’ en ‘de experimentelen’ noemen.

Ex Libris Anita Thys
afbeelding 14
Ex Libris Anita Thys
Ex Libris Dirk Mattelaer
afbeelding 15
Ex Libris Dirk Mattelaer

De eerste groep werkt vooral figuratief en verhalend, met een sterke relatie tot de opdrachtgever. (Frank-Ivo Van Damme (afb. 13), Guido Mariman afb. 14), Hedwig Pauwels (afb. 15), terwijl de experimentelen nieuwe technieken hanteren en abstracter werken (Veerle Rooms (afb. 16), Martin R. Baeyens (afb. 17)).

Ex Libris Jack van Peer
afbeelding 16
Ex Libris Jack van Peer
Ex Libris Tilly Briers
afbeelding 17
Ex Libris Tilly Briers

Intussen werd in de Lage Landen twee maal een prestigieus archief opgebouwd. Het IEC van Sint-Niklaas telde in 2015 om en bij de 175 000 boekmerken. Het Museum Meermanno (het Museum van het Boek) in Den Haag heeft een collectie van maar liefst 330 000 stuks.

Het inhoudelijke profiel van het ex libris

Gezien het ex libris van origine een gebruiksobject is, voorbestemd om in boeken gekleefd te worden, is het evident dat het ook enige verwantschap heeft met het voorbestemde boek. Hoewel sommige grafiekliefhebbers zich tevreden stellen met de illustratieve weergave van een aantrekkelijk thema, zal de bibliofiel er meestal naar streven om een thema te koppelen aan één of meer aspecten van zijn persoonlijkheid.

Kopergravure van Mark Severin (België) voor een apotheker
Kopergravure van Mark Severin (België) voor een apotheker

Het eigen beroepsleven is nogal vaak een motiverend vertrekpunt: een arts die in een ex libris geïnteresseerd is, laat meestal een of meerdere ex librissen met een medisch thema graveren, terwijl een politieofficier zich liever richt op Vrouwe Justitia.

Kleurets van Roman Romanyshyn, met verwijzing naar katten en naam van eigenaar
Kleurets van Roman Romanyshyn, met verwijzing naar katten en naam van eigenaar

Het ex libris geldt vandaag inderdaad als een embleem: een zinnebeeldig onderscheidingsteken dat, naast de artistieke stijl van de maker, ook zinspeelt op de persoonlijkheid van de opdrachtgever.

Keuze van Paris (mythologie) van Edward Penkov (Bulgarije)
Keuze van Paris (mythologie) van Edward Penkov (Bulgarije

Naast het beroepsleven of de vrijetijdsbesteding en hobby’s lenen sommige namen als De Backer, De Schrijver of Dehaene zich uitstekend om visueel vertolkt te worden. Ook de eigen geboortedatum kan een aanleiding zijn voor een persoonsgebonden ex libris, al was het maar via het gebruik van astrologische thema’s of met dierenriemtekens verbonden mystiek. Bijzondere gebeurtenissen als een huwelijk, een overlijden en meerderjarigheid lenen zich uitstekend om in een boekmerk vereeuwigd te worden. Zelfs uitgesproken fysieke kenmerken zullen een goed kunstenaar inspireren om een uniek ontwerp voor zijn opdrachtgever te maken.

Over vrijwel elk thema zal er wellicht reeds een boek gepubliceerd zijn, zodat ook de mogelijkheid om thematische ex librissen te laten maken zo goed als onbegrensd is. In dat opzicht is het thema literatuur, met o.a. schrijvers en hun werk, een vast gegeven. Binnen de literaire thematiek zijn er opvallend veel boekmerken die gebruik maken van de onuitputtelijke inspiratie-bron die de Griekse mythologie biedt. Ook muziek, met beeltenissen van componisten of vertolkers, hun instrumenten of passages uit hun oeuvre, doen het altijd bijzonder goed. Voor de kunstscene is dat niet anders, terwijl die tezelfdertijd een fraai alibi biedt voor erotische prenten, een ander bijzonder gesmaakt onderwerp.

Nogal populair zijn ook thema’s over fauna en flora, met in het bijzonder katten, honden, vogels en paarden. Maar er zijn ook talrijke geschiedkundige, religieuze en wetenschappelijke boekmerken.

Het technische profiel van het ex libris

Voor de verwezenlijking van een ex libris kunnen alle grafische technieken worden gebruikt. Het is immers essentieel dat meerdere identieke exemplaren als boekmerk beschikbaar zijn. De oudste ex librissen op papier werden gedrukt in hoogdruk. Het ging vooral om houtsneden.

Lithographie (vlakdruk) van Marina Richter (Tsjechië)
Lithographie (vlakdruk) van Marina Richter (Tsjechië)

De negatieve ervaringen met het soms te zachte hout, wat tot vroegtijdige slijtage en dus te beperkte oplagen leidde, zijn het begin geweest van een zoektocht naar een harder basismateriaal. In de 16de eeuw is men in koper gaan werken, aanvankelijk in hoogdruk, maar vrij vlug ontdekte men dat een heel ander resultaat kon worden bereikt door het principe om te keren en de illustratie niet aan de oppervlakte van de koperplaat vast te leggen, maar ze in het koper te graveren.

Kopergravure (diepdruk) van Andreas Raub (Duitsland)
Kopergravure (diepdruk) van Andreas Raub (Duitsland)

Meteen stond men aan de wieg van de diepdruk. Verdere experimenten hebben vrij spoedig geleid tot het gebruik van ‘aqua fortis’, dat wellicht door alchemisten was ontdekt, en het ontstaan van de ets.

Bij de diepdruk graveert de kunstenaar dus tekst en illustratie in een metalen plaat. Diepdrukgravures worden met de hand geïnkt en door middel van een handpers gedrukt.

Dit verklaart de doorgaans hogere prijs voor dergelijke gravures. In de etskunst werden methodes en technieken ontwikkeld als aqua- en mezzotint.

Houtgravure (hoogdruk) van Eugenii Bortnikov (Rusland)
Houtgravure (hoogdruk) van Eugenii Bortnikov (Rusland)

De 19de eeuw is de tijd van de vlakdruk en de machinale hoogdruk geworden, respectievelijk dankzij de uitvinding van de lithografie en fotografie. Deze technieken zijn later vervangen door de offsetdruk en de zeefdruk.

Mezzotint (diepdruk) van Jochem Kublik
Mezzotint (diepdruk) van Jochem Kublik

Elke nieuwe grafische techniek werd gebruikt door de ontwerpers van ex li-brissen. Het laatste decennium wordt naar hartenlust geëxperimenteerd met computergrafiek. Hoewel de artistieke resultaten van deze recentste techniek voortreffelijk zijn, heerst er bij vele verzamelaars toch nog een zeker wantrouwen.

Computergrafiek van Martin R. Baeyens (België)
Computergrafiek van Martin R. Baeyens (België)

Het artistieke profiel van het ex libris

Het ex libris is een merkwaardig onderdeel van de grafische kunst. In wezen gaat het om kunst-in-opdracht, en is het eindresultaat de weerspiegeling van de wensen en verlangens van een opdrachtgever.

Bij het ontwerpen van een gebruiksex-libris is dus een vrij grote inspraak van de opdrachtgever onvermijdelijk.

Portret ex-libris van Hedwig Pauwels (België)
Portret ex-libris van Hedwig Pauwels (België)

Doordat een opdrachtgever doelbewust voor een welbepaald kunstenaar kiest, sluit het ex libris vaak zeer nauw aan bij het algemene oeuvre van de kunstenaar en vindt men er dezelfde thematiek in terug.

Deze wisselwerking tussen het algemeen grafisch werk en het ex libris is altijd heel boeiend om volgen. In sommige boekmerken ontwaart men onmiddellijk de band met de titularis omdat bijvoorbeeld de vriendschap tussen kunstenaar en titularis op gemeenschappelijke interesses is gebouwd.

Een felbegeerde ets van Albin Brunovski (Slovakije)
Een felbegeerde ets van Albin Brunovski (Slovakije)
Een technisch hoogstandje van Oleg Denisenko (Oekraïne)
Een technisch hoogstandje van Oleg Denisenko (Oekraïne)

Het kleine formaat van het ex libris blijkt sommige kunstenaars niet te liggen, terwijl anderen het zien als een uitdaging of als een voortzetting van de traditie van de miniaturisten. Het ex libris moet immers in boeken kunnen worden gebruikt, ook in die met een klein formaat.

Een lust voor het oog van Roman Sustov (Belarus)
Een lust voor het oog van Roman Sustov (Belarus)

Door het opleggen en respecteren van een maximumformaat worden kunstenaar en titularis herinnerd aan de band tussen het boek en het ex libris. Daarmee wil men accentueren dat de bibliofilie de uiteindelijke bron van de ex-libriskunst blijft.